In verwondering, proza uit Het Rijk van Éón.
Éóniaans proza in verwondering In Verwondering. In verwondering stond ik aan de rand van het Rijk van Éón, waar het licht zich niet gedroeg als elders. Het viel niet neer, maar het ademde en luisterde. Over de velden van glasachtig gras trok een zachte adem van tijd en elke stap die ik zette leek herinnerd te worden door de aarde zelf. Aan de rand van Éón is de aarde niet meer de fysieke planeet, maar een overgang laag, een soort drempelbewustzijn. Daar herinnert de aarde niet jouw stappen als verplaatsingen, maar als trillingen van aanwezigheid. Torens van oer oud gesteente zongen zacht in naamloze tonen, alsof zij de dromen van hun bouwers nog repeteerden. Rivieren bewogen er traag, niet uit loomheid maar uit aandacht. In hun spieg...